Skip to content

Goed slapen = goed spelen

Zo hehe, die slaapt. De oudste twee zijn met papa op pad. Verse kop koffie. Seize the moment! Snel een blogje tikken. Over, jawel, slaap. Wat ik geleerd heb van mijn drie kinderen is dit: goede slaap is gelijk aan goed spel.

Vijf maanden geleden heb ik mijn derde kindje gekregen. Er zit best een gat tussen de oudste twee en deze. We noemen hem maar onze tweede leg in hetzelfde gezin. Na de geboorte van mijn middelste kreeg ik bijkans een paniekaanval als ik iemand met een kinderwagen zag lopen: wat heb je gedaan! Je kan nu niet meer terug! Ik vond het zo heftig. No way dat er nog een derde zou komen. Maar toch wel. Er kwam weer ruimte in ons hart en leven voor nog een kindje. Helemaal gepland en gewenst dus. Een wolk van een baby, om op te vreten. Gelukkig zit er genoeg tijd tussen om alles weer te vergeten te zijn en vol goede moed het nog eens over te doen: de slapeloze nachten, de poepluiers, het huilen, de slapeloze nachten en oh, wacht die laatste had ik al genoemd.

Inmiddels weet ik dat een uitgerust en tevreden kindje heerlijk zelfstandig kan spelen. Een moe kindje huilt snel, gaat van het een naar het ander maar komt er niet echt ‘in’. Slaap is uiteraard voor nog meer dingen goed maar over spelen lees je op de een of andere manier wat minder. Terwijl spelen zo’n beetje het allerbelangrijkste is wat een kind te doen heeft. Zaak om er goed op te letten dus dat je kind genoeg slaapt. Maar hoe dan? Grofweg heb ik twee slaaptypes in huis: de hyperalerte hazenslaper en de winterslaapbeer. Beide hebben een ander slaaprecept.

De hyperalerte hazenslaper

Bijna negen jaar geleden werd na een pittige bevalling mijn oudste geboren. Twee weken te vroeg. Ze wilde eruit. Daar was ze, een prachtig meisje met wijdopen bruine oogjes. Ze werd na de geboorte meteen op mijn buik gelegd en heeft me ruim een uur lang strak aangekeken. En ik haar. Uitgeput en vol bewondering. Naast bewondering voelde ik ook schrik: ‘Wie ben jij wel niet! Dit gaat nog wat worden.’ En, dat werd het ook. De prachtige wijdopen oogjes gingen niet vanzelf weer dicht. Als ze eindelijk sliep werd ze van het minste of geringste wakker. Klaas Vaak had ze nog nooit van gehoord.

Gewoon laten huilen werd mij verteld. Hoezo gewoon? Na een lange zoektocht en veel doorwaakte nachten leerde ik over inbakeren, regelmaat en eenduidigheid. Uiteindelijk werd ze een heerlijke slaper en kon ze veel meer genieten van haar wakkere momenten. En wij ook.

 

De winterslaapbeer

Twee jaar later was ik weer zwanger. Ik dacht: ‘dit varkentje zullen we wel eens even gaan wassen’. Hupsakee meteen de bakerdoeken tevoorschijn en bij de eerste slaapsignalen wegleggen. Maar dat liep totaal anders. Om te beginnen liet deze baby op zich wachten. Ruim een week na de uitgerekende datum was hij er eindelijk. Ook deze baby werd na de geboorte op mijn buik gelegd. Hij tijgerde zelf naar de borst, dronk zich in tien minuten vol en viel in diepe slaap. Urenlang!

Bakerdoeken moest hij niks van hebben. Als een ware Houdini wurmde hij zich er uit om vervolgens met armen en benen wijd te vertrekken naar dromenland. Ik wist niet wat ik meemaakte. Overdag was hij niet wakker te krijgen.

Luier verschonen, in bad gaan en aankleden onderging hij allemaal slapend. S’nachts was hij wel wat meer wakker maar toen hij na zes weken gewend was aan het dag en nachtritme buiten de buik gingen ook de nachten prima. Als een echte winterslaapbeer. Maar oh wee als je een beer wekt uit zijn winterslaap. Dan heb je echt een probleem. Hij had af en toe van die periodes dat hij wel wilde maar niet kón slapen. Ontroostbaar was hij dan. Meestal was een tandje of een groeispurtje de boosdoener. Het enige wat dan hielp was samen slapen. Lekker dicht tegen mama of papa aan. Pijntje voorbij dan liet hij zich weer rustig in zijn ledikantje leggen. Weer wat geleerd.

 

Baby in een droomritme

Toen baby drie geboren werd keek ik weer in dezelfde open oogjes. Aha! we hebben er weer een: welkom hazenslaper. De kraamverzorgster verzuchte op dag drie: ‘wat gek voor een pasgeborene, hij kijkt me strak aan maar slapen ho maar!’ Ik was niet verbaasd want dit had ik eerder meegemaakt. Overdag doet hij korte slaapjes, is ’s nachts veel wakker en wil alles meemaken. Gelukkig heb ik een goede leerschool gehad met mijn dochter. Toch kan ook deze baby me nog een hoop leren.

Ik stuitte op het boekje ‘baby in een droomritme’ van Stephanie Molenaar-Lampe. Stephanie is slaapdeskundige en mama met een missie, namelijk alle ukjes goed laten slapen. Aldus de achterflap. Dit boek had ik graag bij de eerste willen hebben. Wat een verademing en wat een goede tips. Het gaat supergoed met mijn kleintje en ook het slapen gaat steeds beter. Ik ben aan het genieten in plaats van aan het overleven.

In een notendop wat ik er voor mezelf uithaal:

  1. Je hoeft je baby niet te laten huilen om regelmaat te bereiken.
  2. Een ritme is geen keurslijf maar wel een houvast. Elk kindje is anders.
  3. Slapen is een leerproces, er is geen quick fix en je doet ook niks verkeerd.
  4. Slapen is een werkwoord. Er zit geen knopje op je kind maar je kunt wel degelijk sturen en randvoorwaarden scheppen voor een bezoek van Klaas Vaak.
  5. Relax! Het komt echt allemaal goed.

 

Ah, ik hoor hem weer precies op tijd want ik ben klaar met typen. Voeden, knuffelen en spelen maar.

Be First to Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *