Skip to content

Meester met nieuwe wanten

Gisteren kwam Tobias klagend thuis met ijskoude handen. Of ik daar wat aan kon doen. Dat kon ik zeker. Samen hebben we een paar prachtige wanten gemaakt van een oude lamswollen trui. Baby op bed en zus is uit logeren dus we hadden even de tijd. Samen hebben we een te kleine trui uit de kast gepakt en er flink de schaar in gezet.

Dit is het resultaat geworden:

Heerlijk warm en zacht. De binnenkant is gevoerd met katoen. Dus de wol prikt niet aan je handen.

Samen

Samen is natuurlijk vooral ‘ik werk en hij praat’ maar dat geeft helemaal niks. Ik merk heel vaak dat als ik iets ‘echts’ aan het doen ben, dit een onweerstaanbare aantrekkingskracht heeft op kinderen. Met iets ‘echts’ bedoel ik een concrete voor kinderen herkenbare activiteit. Dus niet laptoppen of telefonen – twee dingen die ik natuurlijk meestal wel aan het doen ben. Maar dat terzijde. Doe ik dan wel een keer iets ‘echts’ dan gaat het zo: of ze komen er gewoon even bij hangen, of ze willen meedoen. of ze starten een eigen projectje. Dat laatste pakte in dit geval vrij hilarisch uit.

Het begon zo: “Mama, eigenlijk vind ik dat jij sommige dingen helemaal niet zo goed weet. Daar kan je natuurlijk niks aan doen als jouw juf het allemaal niet heeft uitgelegd, maar het is wel lastig.”  Ik weer: “Tsja…Wat voor dingen bedoel je dan?”  Dit kreeg ik voor mijn kiezen: “Nou, je weet bijvoorbeeld niet welke kleuren de letters hebben, wat meleklinkers zijn en wat de lettergebaren zijn”. Zat ik even mijn mijn mond vol tanden: “Ja, daar zeg je wat! Dat weet ik inderdaad helemaal niet.” – Knipt ondertussen verder en prikt wat spelden – “Maar weet je?” – zet een stralend gezicht op – “Ik kan het je wel leren hoor! Dat wil ik best!

Meester T

And so he did… Met engelengeduld werd mij het verschil tussen een klinker en en meleklinker uitgelegd. Ik weet nu ook wat een korte klank is en een twee-teken-klank en zelfs welke kleuren ze hebben. Ik stelde de vraag waarom een twee-teken-klank zo heet. “Nou, dat is omdat je er twee moet tekenen in plaats van één.” Makes sense. Aan de gebaren zijn we helaas niet toe gekomen. “Ja, mama, dat wordt te veel. Eerst moet je dit goed onthouden en pas als je dat kan, dán kunnen we door met de gebaren. Nu gaan we dit nog een paar keer hardop oefenen. Haal maar even die speld uit je mond want ik kan je zo niet verstaan.” Oké, oké, nou goed hoor.

Halverwege de les besloot de meester dat ik een pauze nodig had. “Ik mag altijd spelen in de pauze, maar naaien is voor jou een soort spelen, dus ga nu maar even door met naaien. Dan ga ik even poepen.” Ja, meester, natuurlijk meester.

Uiteindelijk was ik geslaagd. Ik had alles onthouden en ondertussen waren de wanten af. Met een tevreden glimlach werd er gesteld: “Ik denk dat ik later een goede meester zou kunnen worden.” Dat denk ik ook.

Be First to Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *